Rêvez un impossible rêve
(en als je gaat slapen met je lenzen in dan droom je veel scherper en duidelijker, wel jammer van de piekogen de dag erop)
mei 31, 2007 bij 9:36 pm (Uncategorized)
Rêvez un impossible rêve
(en als je gaat slapen met je lenzen in dan droom je veel scherper en duidelijker, wel jammer van de piekogen de dag erop)
mei 27, 2007 bij 4:57 pm (Uncategorized)
Zijn blik. De manier waarop hij brutaal naar me terugkijkt als mijn blik zich in de zijne boort. Dat is lang geleden. Mensen kijken altijd zo snel weg als ik hen aankijk en ik heb nooit begrepen waarom. Té snel, want dan heb ik geen tijd om te zien wat ik wil zien. Ik kijk mensen graag in de ogen. Niet omwille van de kleur of vorm, ik weet niet eens welke kleur van ogen mijn meest dierbare vrienden hebben. Neen, ik kijk mensen graag in de ogen vanwege de blik. Een blik die vaak zoveel zegt, en soms juist helemaal niets. Net zoals bij hem nu. Zijn blik zegt alles; en misschien net ook helemaal niets. Hoe vaak ben ik niet misleid geweest omwille van díe blik. Een open blik vol vertrouwen; en naïef als ik ben vertrouw ik hem dan ook onmiddellijk, ik kan niet anders. Zoals ik ook in het verleden deed, en vaak misschien beter niet gedaan had. Maar deze keer is het anders. En zo was het telkens; anders. Ik weet het wel, en toch.
Ik zit daar op de grond en kijk omhoog naar hem op. Rondom ons drummen de mensen, en de muziek staat veel te luid. Als we al hadden willen praten had het toch niet gekund. Maar dat willen we niet, we kijken gewoon. Ik wend als eerste mijn blik af; alweer zo uitzonderlijk. Maar ik kijk al bijna onmiddellijk terug, gefascineerd door wat ik zag. Ik wil meer zien, ik wil de verhalen lezen die zijn ogen me vertellen. Deze keer wendt hij zijn blik af en ik zie zijn ogen over mijn lichaam dwalen. Ik ben bezweet, zit nog na te hijgen van het wilde gedans de hele avond. Blote voeten, die helemaal zwart zijn van de vuile grond. Met mijn nieuwe rok, die tijdens het dansen zo heerlijk rondwaaierde, in een smurrie van drank en stof. Mijn haren plakken op mijn bezweet voorhoofd en er zitten vuile vegen op mijn gezicht. Typisch. Ik voel me doorzichtig en kwetsbaar onder zijn doordringende blik. Hij ziet alles, en misschien net ook helemaal niets.
Ik weet al wat er gaat komen nu; hij zal zijn hand reiken. Ik zal mijn hand in de zijne leggen, even zal ik aarzelen, genietend van mijn hand in de zijne, die lichte aanraking waar ik zo van houd. Ik zal nog even kort genieten. En dan zal hij me omhoog hijsen en we zullen ergens een leeg plekje aan de toog zoeken en een hele avond intense, persoonlijke gedachten wisselen. De magie van dit moment zal blijven doorzinderen; we zullen af en toe een mysterieuze blik naar elkaar werpen. En ik zal mezelf weer verschuilen achter iemand die ik niet ben. Zo gaat het altijd. Ik zal proberen terug te komen, maar het zal te laat zijn omdat ik niet meer zit, daar op dat plekje op de vuile vloer, kwetsbaar en zo volledig mezelf. Ja, terwijl ik hier nu nog op de grond zit weet ik het al. Nu ziet hij mij nog. Het moment dat hij me zal rechthelpen zal ik er niet meer zijn. Want zo was het telkens.
Zijn ogen haken weer in de mijne, een aarzeling, zijn hand beweegt in mijn richting. Zie je wel. Maar dan zit hij plots naast me, op de vuile vloer met zijn nette broek. Een brede glimlach en pretlichtjes in zijn ogen. We bevinden ons nu op dezelfde hoogte en geen van beiden wenden we onze blik af deze keer. En we lezen elkaar, tot in de vroege ochtend.
mei 20, 2007 bij 3:02 pm (Uncategorized)
Als ik zeg dat ik zo van de regen kan houden van uren door de regen wandelen tot je helemaal doorweekt bent nat tot op het bot als het water drupt over je neus op je bovenlip als de regen je wast en al je woede en verdriet wegspoelt en je kleren tegen je lichaam plakken alsof je naakt bent en als ik zeg dat me dat zo’n bevrijdend gevoel geeft want dan ben ik echt gewoon ik met druipende haarslierten en huilen kan dan ook want tranen en regendruppels zien er hetzelfde uit en zijn misschien ook hetzelfde als ik zeg dat ik regen bevrijdend vind
“Het is niet allemaal romantisch Sara, regen is gewoon nat”
als jij het zegt
mei 19, 2007 bij 11:55 am (Uncategorized)
Gisteren heb ik een arend gezien en hij at alle visjes op onder de dovende ster.
En ook al beweerde jij dat dat niet kon, ik wist dat het wel zo was,
en ik zag aan de flikkering in je ogen dat je het ook wist, het alleen niet wilde toegeven.
mei 14, 2007 bij 8:01 pm (Uncategorized)
Laat me niet alleen. Nee praat met me, het hoeft over niets te gaan. Laten we gewoon praten overrrrr ja ik weet het al, de wolken! We gaan praten over de wolken en ik ga je vertellen over de grote reis die je kan maken in de wolken. Ik ga je allemaal gekke dingen vertellen dan moet jij lachen. En dan moet je weer zeggen dat ik gek ben en dat je van me houdt. Dan moet je weer over mijn hoofd aaien en me een kusje geven, daarzo op mijn neusje, zoals je vroeger altijd deed. Ik zal doen wat je wil, ik zal je lange haren kammen en er een mooie vlecht in maken. Of je voeten masseren, dat vind je toch zo fijn? Of ik ga weer omgekeerde mens spelen. En dan kousen over mijn oren trekken en op mijn handen door de kamer lopen en mijn tenen als antennes in jouw oren steken. Weet je het nog? En toen moest je zo hard lachen dat je bijna in je broek deed en toen kwam mama beneden en ze was zo kwaad. Maar dat vonden wij niet erg, neeeee nee, want het was zo grappig toen allemaal. En als jij lachte werd ik zo blij, want ik wist dat alleen ik het was die jou kon doen lachen. En een keer had je zo hard gelachen en toen was je plots stil. Ik keek en je zat daar met al die tranen in je ogen. Ik wist niet waar die zo plots vandaan kwamen en ik vroeg of je pijn had. Je zei van ja. Toen wees je naar je hart. En ik zei dat als jij pijn had, ik de helft zou overnemen in mijn hart en dat het dan beter zou zijn. En je glimlachte en er waren nog meer tranen in je ogen. Toen zei je dat je van iedereen op deze stomme wereld het meeste van mij hield. En dat je me nooit alleen zou laten en altijd voor me zou zorgen; jouw grote, domme broertje. Dat heb je toen gezegd, ik weet het nog, je hebt het me beloofd.
Laat me niet alleen, asjeblieft.
Het voelt alsof zijn hoofd gaat ontploffen. Nee niet figuurlijk, het voelt écht zo. Hij houdt zijn hoofd met zijn beide handen stevig vast zodat het niet wegkan. Hij rent naar buiten.
Help mij, help me dan toch. Iemand moet me helpen. Kijk, kijk naar me zie je het niet? Zie je het echt niet? Kijk naar mijn hoofd! Het gaat ontploffen! Nee niet figuurlijk, het gaat écht ontploffen. Kijk dan.
Je bent weg. Je hebt niet eens afscheid van me genomen. Mama zegt dat je een lange reis gaat maken, en waarschijnlijk nooit meer terugkomt. Mama huilde zo hard, en waarom mocht ik niet in je kamer komen? En mama wou toch altijd dat je wegging, waarom huilde ze dan nu? En waarom heb je me niets gezegd? Je hield toch het meest van mij, het meest van iedereen op deze stomme wereld. Dat heb je gezegd, ik weet het nog. Iemand moet mij helpen.
Hij staat te midden van de straat, verdwaasd rond zich te kijken. Hij schreeuwt en roept en tiert en huilt. Hij is een kleine, bange jongen met het uiterlijk van een man. En niemand kan hem helpen.
mei 2, 2007 bij 7:25 pm (Uncategorized)
En ’s nachts als ik het niet meer uithoud verlaat ik mijn kamer en ga ik de stad in. En dan wervel ik door de straten van de donkere stad. Ik dans en draai rond en ga steeds sneller en sneller. In de stad hangt een warme, zachte gloed. Ik draai en dans en spring zonder ophouden. Enkele late wandelaars springen verschrikt opzij als ik voorbij wervel, en kijken me hoofdschuddend na. Ik huppel langs fonteinen waarrond de sprookjesachtige kinderen dansen. Ook in de fonteinen dansen kinderen met trage bewegingen. Het water stroomt over hun hoofden maar ze glimlachen naar me en wijzen welke richting ik uitmoet. Ik dans voorbij een oude, kromme man die net in een vuilnisbak aan het scharrelen is. Ook hij knipoogt bemoedigend naar me als ik voorbijschiet en ik zie dat hij het weet. Hij weet ook dat ik het kan. En dan passeer ik langs die twee jongens die samen op hun muurtje whisky aan het drinken zijn. Eén van hen steekt zijn duim naar me op, de ander zwaait en beiden wijzen me waar ik heen moet.
En plots draag ik een lichte zomerjurk die telkens om me heen wappert. De wind speelt met mijn haren. En dan ben ik mooi en licht en vrij. Ik verlaat de stad en vervolg mijn wervelpatroon. Nu begin ik echt snelheid te maken. Ik ga steeds sneller draaien waardoor ik in plaats van het springerig, dansend meisje enkel nog een draaiende wervelwind ben. En dan word ik zo licht dat de zwaartekracht geen invloed meer op me heeft. Mijn voeten raken de grond nog een laatste keer en dan ga ik de lucht in. Ik vlieg, ik vlieg écht. Duizenden energievlinders bewegen door mijn lichaam. Ik kan het wel uitschreeuwen van vreugde.
Ikvliegikvliegikvliegikvliegikvliegikvliegikvlieg
IK VLIEG ZEG IK JE, KIJK DAN TOCH!
Ik vlieg naar de maan die naar me knipoogt en met een brede glimlach zegt, ben je daar eindelijk? Ik heb altijd geweten dat je het kon.