Skrik

Ik hoor een doordringend scherp gekrijs dat door merg en been gaat. Mensen kijken op, staken geërgerd hun bezigheden, stoppen hun gesprekken want het stoort. Ieders blik gericht naar de bron van het lawaai.
In het midden van de winkelstraat staat een vrouw en ze schreeuwt. Ze heft haar vuisten woedend op naar ons allemaal en maakt luide kokhalzende geluiden. Heeft een briefje in haar handen en daarop spuwt ze. En ze schreeuwt opnieuw en blijft maar schreeuwen.
De mensen kijken even op, wijzen en lachen, praten over haar, heel even en gaan daarna gewoon verder – die is gek. Ze wordt alweer vergeten terwijl haar schreeuw nog door de straat weerklinkt. Geklasseerd onder: onbelangrijk en te negeren, haar moment van aandacht is voorbij.
Ik staar haar gebiologeerd aan, en terwijl ook mijn vriendinnen het gesprek verderzetten kan ik mijn blik maar niet losmaken van de vrouw. Ik voel medelijden, en bewondering maar vooral woede en jaloezie. Bewondering om dat wat ze doet, jaloezie omdat ze gek is, en omdat ik daar niet sta, om wat ik níet doe. Woede omdat ook ik briefjes heb waarop ik wil spuwen, omdat ook ik daar wil staan en schreeuwen en schreeuwen en schreeuwen en kokhalzen en mijn vuisten opheffen naar al wie voorbijkomt.
Ik zit daar op mijn bankje, draai me uiteindelijk om naar mijn vriendinnen – vanbinnen verscheurd maar vanbuiten oh zo kalm – en zucht, ‘hmm’?

(ik ben verdwaald)

zoveel dingen
en ik kan er niet eens over schrijven

zo hectisch in mijn hoofd
en daar zijn dan woorden voor
woorden die alles rangschikken en vereenvoudigen

gewoon enkele woorden die samenvatten
orde scheppen in dat hoofd
die enkele zinnen die de haren uit mn gezicht strijken
het stof van mijn schouders kloppen
mijn veters strikken
een warme jas over mijn schouders hangen
- ik moet hem wel nog zelf aandoen -
en mij ‘n zetje geven naar buiten
‘ga nu’

maar ik kan er niet eens over schrijven
sta hier met mijn chaotisch hoofd
verwilderde haren
open veters waarover ik constant lijk te struikelen
bestoft en daardoor niezend en snotterend
schaars gekleed en dus koortsig rillend
geen zetje naar buiten

mjoezik plies

mijn stiekeme voorliefde voor Nederlandstalige muziek kan het niet nalaten hier even reclame te maken voor volgende (nog) onbekende artiesten:

+ deze mevrouw waar ik al eerder over schreef, met het nog steeds fantastische nummer Woestijn
+ deze meneer met het roerend nummer Laura

 

Laura

Met de blote voeten in het gras

zegt ze dat de wereld stuk gaat

dat heeft iemand haar verteld

met de blote voeten in het gras

zegt ze dat we moeten leven

als de vogels in het veld

 

Oh Laura, als ik opsta, ben je daar, ben je daar,

en je praat de hele dag

Oh Laura, als ik weg ga

kom me dan, kom me dan, toch een beetje achterna

 

In het midden van de nacht

heeft ze nood aan conversatie

met zichzelf, soms met mij

in het midden van de nacht

en moeilijk is de concentratie

want ze heeft niets om het lijf

 

Oh Laura, als ik opsta, ben je daar, ben je daar,

en je praat de hele dag

Oh Laura, als ik weg ga

kom me dan, kom me dan, toch een beetje achterna

 

Zomaar praten kan ik niet

er moet eerst een reden zijn

dat begrijpen doet ze niet

maar ik hoop toch dat ze blijft

 

Oh Laura, als ik opsta, ben je daar, ben je daar,

en je praat de hele dag

Oh Laura, als ik weg ga

Kom me dan, kom me dan, toch een beetje achterna

+ en als laatste hij met het o zo rake Charlotte

Charlotte

 

Het zolderraam gaat open

midden in de nacht

niemand mag het horen

dus, Charlotte, doe het zacht

 

en Charlotte kijkt naar de sterren

en beseft hoe nietig zij wel is

dat al het naars in het leven

goed te relativeren is

 

Ze steekt een sigaret op

die ze van papa heeft gejat

niemand mag het horen

dus, Charlotte, doe het zacht

 

en Charlotte kijkt naar de sterren

en beseft hoe nietig zij wel is

dat al het naars in het leven

goed te relativeren is

 

de slaapkamerdeur gaat open

midden in de nacht

niemand mag het horen

dus, papa, doe het zacht

 

en Charlotte kijkt naar de sterren

en beseft hoe nietig zij wel is

dat al het naars in het leven

goed te relativeren is

Geniet, en andere suggesties altijd welkom !

penché sur des fleurs

Net als ik wil denken dat het nooit meer goed komt met deze wereld, met jullie, met jou en met mij dat we allemaal zo laag gevallen zijn en nooit meer op zullen staan want we vinden het niet eens erg dat we daar liggen languit over de stoffige weg.
Dan zie ik die man met de sneeuwwitte haren die heel voorzichtig neerknielt in het gras, traag en steunend om zijn oude knoken niet te bezeren en hij buigt voorover brengt zijn neus bij die prachtige bloemen en ademt heel diep in. Hij zit daar op zijn knieën met zijn poep in de lucht zijn neus tussen te bloemen en kijkt op, zijn ogen stralen en hij lacht naar deze wereld.
Ik glimlach. Misschien zijn we laag gevallen maar er zijn steeds mensen die weer opstaan, het stof van hun kleren kloppen en verder gaan. En dansen. En zingen. Lalalala