hey
wat ik me afvroeg
mag ik een beetje bloot van je lenen?
ik zal er niet aankomen, alleen maar naar kijken

mag ik een klein beetje van je bloot
om op mijn kast te zetten?
omdat jouw bloot zo eenvoudig is
eerlijk. echt. kwetsbaar.
en vooral heel erg mooi
je weet wel, al die dingen die ik nergens meer vind

je bloot is het enige wat overschiet als de verpakking weg is
en ik zie alleen maar verpakking, veel verpakking

laat maar weten wanneer ik erom mag komen
en hoeveel

ik schrijf zoveel over bloot omdat dat goed is voor de leescijfers. bloot. bloot.

rooie rothond

Jezus Jan
toen ik je daar zo zag liggen,
zo ver weg
achter die ruit,
net een leven te ver,
dacht ik: het moest wel zo aflopen.

Ik denk dat je het altijd zo gewild hebt.

‘t Is allemaal begonnen in 1969.
We hebben allebei meegelopen
voor de vrijheid en de vrede.
Met grote ogen.
Tot onze stembanden kapot waren.
En jij liep altijd voorop:
altijd een beetje eerlijker,
altijd een beetje wilder.
We hebben ze wat willen laten zien Jan;
hun de ogen willen openen.
Jij zei altijd: vrijheid
vrijheid is niet bang zijn, voor niemand niet.

Om heel eerlijk te zijn
scheten we toch wel een beetje in onze broek, Jan.
Vooral omdat er zoveel klootzakken meeliepen.
Alleen omdat er wat gebeurde.
Die zondagmiddagrevolutionair die zijn vrouw sloeg
als ze naar een ander keek,
maar de burgerlijke moraal verafschuwde.

‘t Zijn dezelfden, Jan,
die nu heel braaf hun bek houden.
Omdat het anders inregent.

Jij zei toen al: dit kan nooit lang duren;
er loopt teveel modieuze zooi bij.
Als die sjieke gasten hun sportwagens inruilen
voor een lelijke eend
dan moet er iets niet jofel zijn met de grote revolutie.

En toen heb jij het ineens op een zuipen gezet.
Geen wonder als je ziet
wat er van al die grote strijders is geworden.
Desondanks moet je doorknokken.
Doorgaan tot je er bij neervalt.
Ook als de hele wereld zich laat naaien.
Of juist daarom.

Toen ben je onbewust de echte mensen gaan zoeken.
Mensen die niet voortdurend “ja meneer”
en “tot uw dienst meneer” zeggen.
Achter in kroegen.
Bij de haven en het centraal station.
Echte mensen zijn het zeker, Jan.
Maar ik heb je gewaarschuwd.
Uitkijken bij die gasten.
Dat zijn de geslagenen;
en wie voortdurend geslagen wordt,
die slaat een keertje terug.

Maar jij was niet bang. Ik ken je toch:
Mij? Niemand doet mij wat.
Jezus Jan, klootzak, nou weet je dat niemand je wat doet.
Had je toen maar op de maan gezeten.
Of boven op een berg met je kop in de lucht.
Overal, maar niet in dat kut-café, Jan.
Ik zei nog, ’s morgens: weet je wat: we nokken af.
De zee is dichtbij.
Ga een paar dagen loos, net als toen op de Mulo;
knapzak op je rug
knaak in je portemonnee.
Maar jij had er al een achter je kiezen.
En ’s avonds moest je zo nodig laten zien
dat je toch nog iemand was.
De avond begon nog heel leuk;
we hebben wat geouwehoerd over vroeger.
We waren sentimenteel. ‘t Was gezellig.

Tot die klootzak aan ons tafeltje kwam zitten.
Die etter met die vierkante kop,
die vroeg of wij wel in militaire dienst geweest waren.
Nou, dat vonden wij natuurlijk erg grappig.
En dat hij zo blij was dat het weer zo rustig was op straat.
Zo zonder demonstraties en rooie oproer.
Dat jonge mensen weer zo verstandig waren,
dat die mariniers die rellen
zo geweldig hadden opgeruimd.
Jan, ik zag het aankomen
toen die mensen aan die andere tafeltjes
het gesprek begonnen te volgen.
Toen ze die klootzak gelijk gaven.
Je werd vuurrood. Plotseling sprong je overeind
en je schreeuwde: en nou hou jij je smoel, verrotte fascist!

‘t Was doodstil.
We hadden toen moeten gaan, Jan.
Maar nee hoor. Ik begrijp het wel: jij moest blijven.
En toen zijn ze aan de andere tafels
begonnen met treiteren.
Hé, verrotte rooie rothond, teringlijer.
Ga naar Rusland, communist!
Ja, dan word je gek als ze zo stom zijn.
Laat ze toch met rust, heb ik nog gezegd,
die lul kan niemand wat doen, zo’n klootzak.
Nee, zei je, ze maken, als ze de kans krijgen, iedereen af;
die jonge en die ouwe klootzakken.

En toen heeft één van die hufters z’n fles kapotgeslagen,
en is gaan staan.
Jan, stomme hond,
ik heb je bij je jas gepakt
en wilde je naar buiten sleuren.
En je hebt je losgerukt.
Vrijheid! Vrijheid is: voor niemand bang zijn,
voor niemand niet!
En je bent naar die klootzak toegegaan.

En die haalde toen uit.

Jan, waarom zijn we ’s ochtends niet gaan fietsen?
Ik had je nodig…
We hebben kerels zoals jij nodig, Jan …

Herman Van Veen

house on fire

Lieve E,

Sinds jouw vertrek zijn ze hier allemaal gek geworden – de wereld – en het maakt me bang. Het lukt niet meer zo goed. Ik hol overal achteraan en kom steeds te laat. Ik hol ook achter mezelf aan, terwijl alles en iedereen zijn best lijkt te doen mij tegen te houden. Ik slaag er niet in mezelf in te halen en de afstand wordt steeds groter. Heb je ooit zo’n nachtmerrie gehad waarin je heel snel moet zijn voor de verschrikkelijke dreiging achter je en je komt maar niet vooruit, hoe hard je ook probeert? Zo voelt het een beetje. En ondertussen maak ik veel te grote, belachelijke gebaren. Ik weet niet waar en wie ik ben en dool rond door de straten op zoek naar iets herkenbaars. Ik hoor nergens en bij niemand thuis en toch heb ik hen nodig. Ik zing mee met de stemmen in mijn hoofd, maar hoe hard we ook ons best doen, het klinkt niet. En ik blijf falen, in heel veel. Dan wil ik alles opgeven en weggaan. Zo faal ik ook in liefhebben, daar blijk ik niet zo goed in te zijn. Houden van en veel pijn doen, dat draait Soet allemaal in één soep. (ik hou het meest van bloemkoolsoep, of tomatensoep met korstjes. of zandkoekjes die net uit de oven komen. Morocco thee, er bestaat geen drank hemelser dan Morocco thee. kaaskorstjes uit de oven. en bier en wijn, Rode Wijn. kleine pannenkoekjes met veel suiker. gesmolten kaas. eensmoskekipvandezjeanpjère. joehoertdrink met cookies. Maar alles zonder houdenvanenveelpijn. Het is me te bitter en Soet verkiest zoet.)

En ik heb zin om elke dag een keukenschort met bloemetjes te dragen. Om de vieze handen van de wereld aan af te vegen. Het mag best. En om neuzen in te snuiten. Ik zal alle viezigheid en alle verdriet vangen in mijn schort.
Ik hou van bloemen.

liefs
heel veel liefs
alle liefs
(enfin)

Soet

p.s. Ik heb een kazoo en die maakt veel lawaai (dank je Niels). Ik zing erdoor, veel. Te veel, te luid en te onverwachts volgens sommigen. Ik vind dat grappig.
p.s. 2 Hij zingt nog steeds zo mooi.

To be someone

To be someone
To be someone

I wish I could say the same of myself
That I’m in perfect harmony
That I do not use the sword of my tongue
To lash out at the enemy

That I do not fear the light
That I do not stray from love as my guide
That I’m at peace inside

And all the pieces are fine
They dance and sing in unity
A dum dum dum dee daa da dee

Oh I wish I could fly
Through the sky
And the moon above me
Oh I wish I could talk
To the gods and the birds above me
It’s not fun to be so blind
To be so blind

I wish I could stay in the present day
Not lapsing into vicious sleep
‘Cause it gives my bones a brand shiny new home
One that does not confine me

And I do not fear the light
And I do not stray from love as my guide
And I’m at peace inside

And all the pieces are fine
They dance and sing in unity
A dum dum dum dee daa da dee

Oh I wish I could fly
Through the sky
And the moon above me
Oh I wish I could talk
To the gods and the birds above me
It’s not fun to be so blind
To be so blind

Slo fuzz in the morning
Where I can tempt you
To be my air
But it’s not enough to be lovely
When I feel other things
I can not share
That I can’t

Oh I wish I could fly
Through the sky
And the moon above me
Oh I wish I could talk
To the gods and the birds above me
It’s not fun to be so blind
To be so blind

Erg mooi vind ik het. Slikmateriaal.

pilletjes

Ze is mooi, ze lacht lief, ze is alles wat jij altijd gewild hebt. Je kan spelletjes maken met haar naam. Moet je doen.

Ze houdt van spelletjes. Als ze geluk heeft ziet ze hoe de kinderen met tientallen uit de bomen vallen. Het gaat heel onverwachts, net als ze denkt dat het nooit gebeuren zal. En dan moet ze snel zijn. De kinderen kloppen niet, dat weet ze ondertussen al. Gisteren was er eentje zonder rechteroorlel en één met omgedraaide lippen. Vooral die laatste was moeilijk. Als ze raadt wat niet klopt vóór het kind de grond raakt, mag ze een tegel verder. Ze is hier erg goed in, na al die jaren. De meesten laten zich afleiden. Zij niet.

Ze neemt pilletjes tegen de liefde. Ze heeft zich goed voorbereid, las zeker vijfendertig liefdesboeken en besliste het daarna. Dat van die pilletjes. Als bijverschijnsel heeft ze jeuk aan haar knieën maar dat vindt ze niet erg. Je hoort het altijd als ze in de buurt is, een zacht schrapend geluid. Ze heeft een aparte manier van krabben, niemand doet het haar na. Ze is er trots op en durft wel eens wat meer te krabben dan eigenlijk nodig is. Het hele dorp jaloers natuurlijk. Dat maakt ze goed door haar verhalen.

Ze vertelt graag. Over bomen die nooit meer zullen leven na de winter. En moeders die vanuit de keuken hun schort afvegen en wachten op het groen. Tevergeefs. Ze kan mooi vertellen. Het hele dorp luistert dan. Het is er zelden zo stil. Af en toe krabt ze aan haar knieën, ze wil niet dat iemand vergeet hoe apart ze dat kan.

glijden

Oude foto’s, die je kent en al honderd keren bekeken hebt sinsdien, zijn vastgevroren beelden. Ze hebben haar gemaakt tot iemand die bestaat uit die en die en die foto. Het zijn beelden die je al in je hoofd hebt en je weet op voorhand wat je te zien zal krijgen. Geen onverwachtse emoties, alles onder controle.

En dan zie je nieuwe foto’s. Je ziet dat ze er zijn en je wil ze zo snel mogelijk allemaal verslinden. Je wil haar helemaal in je opnemen, alles wat je van haar hebt. Nieuwe foto’s zijn onverwachts en brengen haar weer tot leven. Dan lijkt ze zo dichtbij en weet je dat ze straks aan je deur zal staan en je uitbundig zal begroeten. (hoooi Sooetje) Dan lijkt ze weer zo levend en zo echt. En dan valt dat gemene verdriet je laf aan in de rug. Onverwachts en onvoorbereid. Dan heb je het plots niet meer onder controle en breek je in je eentje. En je wil niet alleen zijn.

Zo is het ook met nieuwe woorden van haar. Een overgeslagen mail of sms.
En nieuwe herinneringen. Waar je sindsdien niet meer aan gedacht hebt. Tot nu.

Gevaarlijk, maar een nacht huilen lucht ontegensprekelijk op. Ik zoek vandaag wel iemand om me vast te houden.

(Sorry oran, Maarten, … dat ik het wéér over herinneringen heb. Herinneringen aan haar zijn niet lelijk, nooit.)