de onweerstaanbare

De laatste maanden vond ik vaak briefjes die hij schreef aan zichzelf. Onweerstaanbare Warre, dit is een briefje voor je eigenlijk bestwil. Staar toch niet zo door het raam de hele dag. Je lijkt wel een oude man die geen vrienden heeft en wiens dag te lang duurt en enkel gevuld kan worden met dat soort zieligheden. Straks denken ze nog dat je eenzaam bent, en dat is niet zo, je bent onweerstaanbaar. Dat soort zaken. Ook schreef hij vleiende briefjes aan onbestaande meisjes. Of misschien schreef hij ze aan de verpleegster die elke ochtend kwam of aan het buurmeisje dat vaak in de tuin werkte en zo’n mooie benen had. Hij hield van mooie benen, dat vertelde hij vaak. Hij hield vooral veel van meisjes, vond ze allemaal zo mooi. Hij kon soms zuchten en dan keek hij me met die wanhopige blik aan. Vriend, waarom zijn ze allemaal zo verschrikkelijk mooi en zo ver weg? Ik wil er eentje in mijn bed. Daarom schrijf ik hen brieven, ik nodig hen bij me uit. Ik heb een warm bed en ben onweerstaanbaar. Enfin, ik ben ooit onweerstaanbaar geweest. Ik heb al zolang geen warme vrouwentepel meer geproefd. Laat me nog eens in slaap vallen op een zachte buik. Vriend, jij kan toch iets voor me regelen, niet? Of blijf jij vanavond, dan zal ik je vertellen over de ijsvogel.

Warre en zijn dieren. Al zo lang ik hem ken, vertelt hij op de meest onverwachtse momenten ‘interessante weetjes’ over dieren. Luister maar goed, als je ooit in een gesprek niet meer weet wat te zeggen kan je altijd dit nog vertellen. En we luisterden met open mond. Ik herinner me één avond nog haarscherp. We waren met zijn vieren en huurden een huisje in de bergen. We waren lelijke pubers en hadden sigaren gerookt. Luuk en Patrick waren misselijk geworden, Warre en ik ook maar we zeiden van niet. We praatten over borsten, seks en masturbatie. En toen begonnen zijn ogen ineens te fonkelen en hij vertelde over krabben. Hij deed het op zo’n manier dat het vanaf toen voor mij zeer vanzelfsprekend in het rijtje thuishoort: borsten, seks, masturbatie en krabben. Enthousiast legde hij ons uit hoe het zat met de verschillende soorten krabben en hun eigenaardigheden. Daarna kuchte hij even en zei dat zijn zus al borsten kreeg. Toen ik later biologie studeerde herinnerde ik me wat hij toen vertelde. Alles klopte.

Ik heb hem maar één keer zien huilen. Dat was om zijn eerste grote liefde. Hij had al veel meisjes gehad en nog meer harten gebroken, maar deze keer was het zijn beurt. Hij ontdekte haar en was op slag verliefd. Ik kan nu al niet meer zonder haar leven. Dat kwam hij me opgewonden vertellen toen hij haar voor ’t eerst gezien had. Ze was de vriendin van zijn baas. Vanaf die dag was hij van haar en was zijn enige doel dat zij van hem zou zijn. Hij won haar en verloor zijn job. Twee jaar later stond hij voor mijn deur, hij huilde de hele nacht. ’s Ochtends haalde hij een pistool boven wilde zichzelf voor de kop schieten. Ik sloeg hem bewusteloos om dat te voorkomen. Nadien verkocht hij me een vuistslag en vertrok. Dat was de enige en laatste keer dat ik hem zag huilen.

Hij huilde niet toen zijn dochtertje stierf. Wel moordde hij alle katten uit de buurt uit. Het zijn deze katten of het is die bezopen automobilist. Toen zijn vrouw hem verliet ‘omdat ze niet langer met een gek wilde samenleven’, scheurde hij alle foto’s waar zij op stond en plakte elk stukje aan de muren van de huiskamer. Ze hebben er zeven jaren gehangen tot hij zijn huis uitgezet werd.

Ik vond hem in het kleine kamertje waar hij de laatste jaren gewoond had. Hij had uiteindelijk geen pistool maar pillen gebruikt. Aan zijn wang plakte haar foto. Een laatste briefje op tafel. Vriend, een pistool was spectaculairder geweest maar dat is me afgenomen na het gedoe met de katten. Ik proef haar tepels bijna.
Trouwens, vertelde ik je al dat de allergrootste krab, de Japanse reuzenkrab, 4 meter groot is?
Bedankt.
Je onweerstaanbare Warre

engel

Ik rolde daarnet in het gras in onze tuin.

En plots moest ik denken aan die nacht in Polen, jaren geleden. Ik had teveel gedronken en hij en zijn vriend kwam vragen in gebrekkig Engels aan L en mij of wij vuur hadden. We hadden geen vuur en ik probeerde duidelijk te maken dat roken niet goed was. Ik keek in zijn ogen en hij keek zo terug dat ik het voelde in mijn buik. Plots hield ik zijn handen vast en we praatten. Hij had zachte handen en bevoelde al mijn vingers en aaide daarna mijn handpalm. L en zijn vriend waren plots verdwenen en wij praatten alsof we elkaar ons hele leven hadden moeten missen. Alsof we al die tijd in te halen hadden. Hij vertelde dat hij niet meer thuis woonde omdat daar geen geld was en dat hij hier en daar werkte en bij vrienden logeerde. Dat geld altijd een probleem geweest was en altijd zou zijn. We praatten naïef over liefde en vrede. We spraken ook een beetje in onze eigen talen als we iets niet konden uitleggen en we begrepen elkaar. We hebben uren staan praten en elkaar vastgehouden. Michael, de naam van een engel, fluisterde ik in zijn oor. Hij lachte lief. We hebben niet gekust, dat leek niet nodig. Hij zei dat ik minder moest drinken. Ik dat al dat roken nergens goed voor was. We susten elkaar dat er altijd liefde zou zijn. Hij ging terug naar zijn vriend, ik zocht L op. Ze zei dat ze mijn ogen nog nooit zo had zien stralen. Ik giechelde.

Ik rolde daarnet in het gras in onze tuin en bedacht, verdraaid ik moet hier dringend weg.

ik hou

Ik hou ervan te schrijven als de hele wereld slaapt. Ik hou ervan muziek of mooie woorden die ik vond, de nacht in te sturen. Naar die zonderlinge gekken die ook nog wakker zijn waardoor de woorden of klanken meteen hun juiste plaats vinden. Of die al even liggen te slapen, met de mond half open, haren in alle richtingen, ondertussen kleine snurkgeluidjes makend met een gekrulde neus. Die ’s ochtends in de grootste staat van verwarring die woorden zullen slikken om daarna te tranen van ontroering.

Ik hou van het gevoel van macht over de nacht. Ik hou ervan woorden zacht, bijna bezwerend uit te spreken in het donker. En van de klank van mijn stem wanneer niemand luistert. Van op mijn vensterbank, mijn benen bengelend uit het raam, probeer ik aarzelend nieuwe woorden, nieuwe zinnen uit. Of ik zing heel zacht. Ik hou van de draagwijdte van de nacht. En van het zachte goedkeuren van de bomen als ik iets moois lees. Van de ingehouden adem van stille verwondering.

Ik hou van mijn verdriet dat zachter en mooier is als niemand kijkt.