oktober 30, 2008 bij 7:39 pm (Uncategorized)
Met uw penseel.
Ik kan u zien zitten in uw rommelige, kleine kamertje. U bent een beetje verbaasd dat ze zo voor u zit, is het niet? Vindt u haar mooi? Ik denk het wel, ik zie uw blik wat verzachten nu u wat langer naar haar kijkt. Kan u aarzelend uw penseel opnemen, die door uw vingers laten glijden en dopen in warme verf? Kan u haar haren uit haar ogen schilderen: zacht, langzaam en zorgvuldig? Kan u dan met een paar vegen haar rimpels laten verdwijnen? Kan u dat met liefde doen? Brom ondertussen een liedje, zacht en vals. Zal u haar bezorgde trekken overschilderen? Daarbij kan u haar stromende tranen gebruiken voor de landschappen en kastelen die u op haar gezicht zal toveren. Zal u haar gezicht zo strelen tot het straalt? En vertelt u daarna het verhaal dat u schilderde: over landschappen en kastelen, tot ze in slaap valt, tegen u aan. Kan u van haar houden meneer de schilder, als ze ineens zo kwetsbaar in uw armen ligt? Geeft u haar dan zoete kussen als ze wakker wordt.
U kan dat want u bent een kunstenaar, meneer de schilder.
2 Reacties
oktober 28, 2008 bij 4:36 am (Uncategorized)
If I should ever disappear
What would I come to?
What would I come to believe?
If I had seen your father
What would his face do?
What would his face do to me?
Oh, I can’t even lift my head
To say a word
To say a word to you
I can’t even recognize
What I did wrong
What I did wrong
Oh, I can’t even lift my head
To say a word
To say a word
1 Reactie
oktober 23, 2008 bij 2:30 am (Uncategorized)
Omdat je er zo breekbaar uitzag in je eentje op die grote stoel. Omdat je zo fijn leek, lief lachte en naar hem keek met die grote, blauwe ogen. Omdat je jurk wapperde om je dunnen benen en hij zag dat je huiverde. Dat je voorzichtig aan het doodgaan was, zachtjes zodat je er niemand mee zou storen. Daarom nam hij je mee.
Je zei dat je een man zocht die je de pijn kon doen vergeten. Hij lachte, je zag kraaienpootjes en vergat de pijn. Je mocht in zijn schommelstoel, gewikkeld in zijn warmste en zachtste dekens. Later gingen jullie wandelen en je genoot van de wind die met je haren speelde en hij hield je stevig vast zodat diezelfde wind je niet omver kon blazen. De wandeling was kort en ging traag maar je genoot en sliep daarna als een roos. Zonder nachtmerries. Hij bleef de hele nacht wakker en keek hoe je zacht in- en uitademde en verbaasde zich over de schoonheid van je broze lichaam dat bijna onmerkbaar op en neer ging. ’s Ochtends lag er een briefje: Ik wil je in mijn buurt, voor altijd. Je zei dat je een man zocht die een muts en sjaal voor je kon breien, omdat je het altijd zo koud had. Hij zou de hele wereld voor je breien als je dat zou willen. (Je brak steeds een beetje meer.) Je schreef verhalen en las die ’s avonds voor op het terras. Jij in de steeds groter wordende schommelstoel, hij op de trap, met zijn rug naar je toe terwijl hij in de duisternis staarde.
Omdat je er zo breekbaar uitzag in je eentje in de grote stoel, huilde hij. Soms huilden jullie samen en op het einde steeds vaker.
Ik kan dit verhaal niet goed afmaken. Mag ik voorlopig hier stoppen?
6 Reacties
oktober 7, 2008 bij 1:31 am (Uncategorized)
Dat gij op uw knieën moet plaatsnemen in een veld vol witte bloemen en daar touwen rond uw vingers moet binden. Heel traag want gij zijt zo geduldig. Dat merk ik soms. En dat gij daarna vlinders moet vangen. En ge moet snel zijn want ze komen één voor één onverwachts uit de grond gekropen. En gij moet hen grijpen en zij zullen verbaasd zijn over uw snelheid. Dat droom ik soms. Dat als gij het uiteindelijk zult wagen en gij uw hand zult uitstrekken en haar hals strelen, zij naar u zal opkijken en fluisteren, ja. Dat zegt ze soms. Dat gij hoeden moet maken en die daarna verkopen. En dat iedereen een hoed van u zal willen, omdat gij de mooiste hoeden van het land hebt. Want gij hebt ze zelf gemaakt en alles wat gij maakt is mooi. Zo lijkt het soms. Dat gij moet knikken als gij de muziek hoort, eerst zacht en steeds harder tot gij het niet meer voelt. Want gij kunt dat zo dat er alleen nog muziek is. Dat zie ik soms. En dat gij een einde moogt verzinnen. Ge moet het zacht doen zodat het aanvaard zou worden, en ge moet haar vasthouden als gij het fluistert. Want gij kunt dat goed, eindigen. Dat denk ik soms.
5 Reacties
oktober 4, 2008 bij 1:55 pm (Uncategorized)
Het zijn verdrietige weken. Eén keer klopte ik lang na middernacht op haar deur. Ze liet me slaapdronken binnen. Ik kroop bij haar in bed en huilde. Ze had tissues en hield me vast. Ook deed ik soms een half uur trappen in mijn pyjama, om rustig te worden, op en neer.
En ik hoor de vijf mannen zingen in hun koortje. Hun monden gaan wijd open, neusvleugels trillen, oogleden bewegen hysterisch op en neer. Op het eind vraag ik waarom ze niets vrolijks zingen. En waarom ze huilen.
Er is een beest en het heet Onrust en Angst. Ik vlucht maar het haalt me iedere keer in. Ik voel het ademen in mijn nek, jij ook? Je moet me stoppen en vasthouden. Ren samen met mij in de armen van het beest, zodat het ons kan verscheuren.
Of ook, ik heb een hand nodig voor mijn bezwete voorhoofd ’s nachts.
6 Reacties