ik probeer heel ijverig niemand pijn te doen om wie ik geef en ik leg bloemen op alle gaten
november 26, 2008 bij 4:32 am (Uncategorized)
Ik kwam je vannacht tegen in onze stad en schudde je hand, misschien een beetje te wild. Je herkende me niet meteen maar toen ik het haar uit mijn gezicht haalde, zag ik een blik van herkenning. Ik vertelde meteen dat ik ervan houd mijn voeten in de zetel onder iemands kont te proppen omdat dat lekker warm is. En dat ik kop- of munttochten houd in de gang terwijl ik de lijnen van de tegels volg. Je knikte en noteerde in dat kleine boekje. Dat ik dikke streepjeswinterpyjama’s draag en daar helemaal weg van ben. Dat ik soms vind dat de wereld om mij alleen moet draaien, niet vaak maar soms moet het, bijvoorbeeld als ik heel erg verdrietig ben lang na middernacht. Je likte even aan je potlood en schreef ijverig verder. Ik fluisterde ook nog dat ik iedereen de weg wel wil wijzen en dat verdwaalden bij mij in bed mogen kruipen want dat ik soms warmte overheb. Maar ik waarschuwde dat ik dan wel eens de slappe lach kan krijgen, zo in bed. En dat ik niet snap dat niemand ziet dat er weinig verschil is tussen zo’n slappe lachaanval en een onverwachtse huilbui. Dat ik dan in bed zal lachen en daarom getroost moet worden. ‘Troost’ zag ik je schrijven, met een zwierig lijntje eronder. En schrijf er nog bij, zei ik wat schreeuwerig, dat ik hou van wandelen en ronddwalen en dat ik heus niet zo moeilijk ben. En dat ik soms antwoorden verwacht zonder dat ik een vraag stel. Omdat antwoorden me rustig maken.
Ik zal zien wat ik kan doen, zei je. Je stopte het boekje in je wijde jas en je vertrok. Ik zwaaide nog en lachte heel lief maar dat zag je niet meer.
buurvrouw
november 14, 2008 bij 3:09 am (Uncategorized)
De muren zijn dun. Ze hoort hem vaak schreeuwen en de buurvrouw huilt dan zacht en gesmoord opdat de buren het niet zouden horen, maar dat doen ze toch. Er vallen klappen af en toe. Verder is hij weinig thuis en hun dochtertjes huilen veel.
Terwijl ze de was ophangt, komt de buurman over de draad met haar praten. Dat ze zo flink meehelpt in het huishouden, dat zijn dochtertjes daar beter eens een voorbeeld aan zouden nemen. Dat ze waarschijnlijk een grote hulp voor haar ouders is. En dat ze groot geworden is, een echte vrouw eigenlijk al. Een mooie vrouw. Dat zijn dochtertjes daar ook beter… dat denkt zij maar ze zegt het niet hardop, ze glimlacht alleen maar. Hij herinnert zich nog hoe ze als klein meisje af en toe op zijn schoot mocht zitten. Dat zou nu een beetje raar zijn, lacht hij. En daarna mompelt hij dat hij het niet zo erg zou vinden. Of ze al een vriendje heeft? Ze schudt ontkennend het hoofd. Dat vindt hij raar, als hij wat jonger was geweest, hij zou het wel geweten hebben. Hij knipoogt. Er hangt wat spuug aan zijn linkermondhoek.
Als ze naar binnen gaat, pakt ze het schilderij waar ze al enkele weken mee bezig was en dat gisteren eindelijk af was, en wikkelt dit in wat papier. Ze schrijft op een briefje: Voor de buurvrouw, stopt dit bij het pakje en zet dit pakje over de draad tussen de bloemen van de buurvrouw.
november 9, 2008 bij 11:24 pm (Uncategorized)
Als het pijn gaat doen, kom ik naar je toe. Dan klop ik op je voordeur – die groen is en waarvan de verf een beetje afbladdert in mijn gedachten – en je zal thuis zijn. Ik zal mijn schoenen uittrekken en netjes naast je tapijt zetten en kousvoets je kamer binnen schuifelen. Ik zal verlegen zijn en onzichtbare pluisjes van mijn broek plukken. Het zal er vertrouwd naar koffie ruiken maar jij zal glimlachend thee voor me zetten. Ik zal naast je komen zitten in je zetel, tegen je aankruipen en zeggen, het doet pijn. En dan huilen en hikken in je beloofde gekrompen, wollen trui. Je zal lekker ruiken en ik zal rustig worden. Ik zal daarna lang liggen nasnikken en zacht je rug aaien terwijl jij al je mooie verhalen nu eens voor echt vertelt.
Als het pijn gaat doen, kom ik naar je toe.
En het doet soms al een beetje pijn.
Jeugdtrauma’s en hun invloed op Soets gedrag in deze maatschappij.
november 2, 2008 bij 2:06 am (Uncategorized)
In de kleuterklas vertelde Nick aan iedereen dat hij met me zou trouwen. Hij zei dat ik het mooiste meisje van de klas was en hij was weg van mijn rode tweetytrui. (Diezelfde trui heeft mama op een dag stiekem weggegeven aan een saai en stom meisje. Ik herinner mij nog altijd die dag dat ik háár zag zitten met míjn lievelingstrui. Stampend en briesend ben ik naar buiten gelopen. Ik heb het kind nooit meer een blik waardig gekeurd en mama heeft me nooit meer zoiets gelapt) Nick zei dat we zouden trouwen en later een bloemenwinkel openhouden. Dat vertelde hij aan zijn mama en zijn mama vertelde dat aan de andere mama’s tot iedereen het wist. En die mama’s maar lachen en wijzen na schooltijd. Ik hoorde hen wel fluisteren van bloemenwinkelbloemenwinkelbloemenwinkelbloemenwinkel. In bed huilde ik want ik wilde helemaal niet met Nick trouwen en ik wilde zeker geen bloemenwinkel. Ik had er zelfs nachtmerries van.
Vorig jaar kwam ik hem nog een keertje tegen op een feestje. Hij sloeg me hard op de schouders, lachte knorrend en schreeuwde veel te luid in mijn oor: SOET*, DAT IS LANG GELEDEN! Wat? Ja, natuurlijk herken ik je nog! Ik zou je uit duizenden herkennen. Weet je nog?… Ik knikte snel: Ja, de bloemenwinkel, en lachte wat ongemakkelijk. Ik was de nachtmerries nog steeds niet vergeten.
In het tweede leerjaar ging ik elke woensdag turnen. Tim was daar ook een keer en hij kwam plots elke week kijken, voor mij, dat fluisterden de anderen. Hij grijnsde altijd en ik was een beetje bang van hem. Op een keer had hij een springbal mee en u moet weten, ik was werkelijk weg van springballen. Ik vergat dus even dat ik Tim eigenlijk helemaal niet leuk vond. Ik focuste me op de springbal en we speelden zeker nog een uur nadat de turnles al afgelopen was. Toen ik de springbal wilde oprapen, wilde hij ook net en hij raakte mijn hand even aan. Hij liep naar buiten en zei tegen iedereen dat het aan was. Ik ging naar huis en huilde want ik wilde het niet aan met Tim. Later zat ik op mijn kamer en ik zie hem nog steeds komen aanfietsen. Mama stond in de tuin te werken en ik hoorde hem vragen of ik thuis was. Mama – mijn heldin – zei dat ik teveel schoolwerk had. Hij haalde een brief boven en mama kwam die later brengen. Het was een liefdesbrief met veel te veel hartjes, ik had er toen al een hekel aan. De volgende turnles negeerde ik Tim en ik schreeuwde een keer: het is uit! Vanaf toen gooiden hij en zijn vrienden elke week stenen naar ons na de turnles. Soms schreef hij: FAK YOU SOET* op de straat. We waren zo bang van Tim en zijn vrienden en ik ben dat jaar gestopt met turnen.
Daarnet kwam ik hem tegen op de fiets. Hij grijnsde, riep mijn naam en zwaaide. Ik lachte een beetje groen terug.
Gevolg van deze gebeurtenissen: Ik heb een panische angst voor bloemenwinkels en springballen en kan dus niet meer normaal functioneren in deze maatschappij gezien het hier krioelt van de bloemenwinkels en springballen, ik zie ze overal! Nick en Tim, jullie hebben me getekend voor het leven en ik zal jullie er eeuwig om haten. Eigenlijk is dat niet zo, maar hé, het had toch zo kunnen zijn! Mensen, pas toch op met uw gemene peuters met vuile snottebellen. Ze zouden dat crapuul moeten opsluiten.
En ook, waarom herkennen die gasten mij nog steeds? Nick en Tim zijn trouwens niet hun echte namen, máár ze zijn slechts een beetje vervormd! De lezer die mij ook persoonlijk als kleuter gekend heeft (en ik besef dat dat er misschien twee zijn ofzo) weet over wie ik het heb, haha. Tot hier mijn wraak. (en ik besef het, ik ben nog veel te goed)
november 1, 2008 bij 6:50 pm (Uncategorized)
Ik hou van jongens die giechelen. En van mannen in overall.