dit gaat nergens over

’s Avonds ging hij op zijn knieën aan zijn bed zitten, zoals hij dat geleerd had toen hij klein was en hij bad: ‘Lieve Heer, weet U het misschien nog? Die keer toen ze eindelijk naar me toe kwam en mijn gezicht vasthield. Dat ze met haar duim mijn gezicht streelde. Dat we wandelden in het zwarte gat dat nacht heet en dat het leek alsof we de eeuwigheid binnenwandelden. Maar dan zonder al dat licht en met onze ogen stijf dichtgeknepen. Dat ik daarna nooit meer zo van iemand gehouden heb. Weet U het nog? Of ben ik echt de enige?
Mag dat als het U belieft nog één keer?’

En de dame met de snoepjes in haar handtas zucht diep en vraagt zich af wanneer ze eigenlijk de dame met de snoepjes in haar handtas geworden is.

Er is nog steeds zoveel te vertellen. Vooral als de avond valt (net zoals er ’s ochtends niets te zeggen is). Dus hij vertelt als het schemert. Hij vertelt haar alles waarvan hij weet dat ze zou hebben gelachen, gegild, gehuild, gezucht, gemopperd, gezoend, … dus dat is veel. Hij is altijd een goeie verteller geweest. Daarbij drinkt hij cognac wat van haar nooit mocht.

Het is wél mooi als alles samenvalt.

Ze staat op de dertiende verdieping van een blauw glazen gebouw en drukt haar voorhoofd tegen het raam. Ze vraagt zich af of en hoe ze hier ooit weggeraakt. Ze onderdrukt de neiging om met haar hoofd het hele raam aan diggelen te slaan. Dat zou gaan bloeden en ze kan niet zo goed tegen bloed. En dan zouden er vlekken op haar mantelpak komen en dat is het nu ook weer niet waard. Achter haar piept de lift. Ze haast zich naar binnen en haalt een koffie in de cafetaria, dat helpt ook.

drop

Ik drop maar wat zinnen. Niets is af. Niets is waar. Geloof het niet!

Naast elkaar, zwijgend, zaten we langs het water. Ik zei nu moet je me beschermen.

We zaten er ’s nachts en het vroor. Je zei ik durf niet.

Ik vroeg hoe douche jij? Met je gezicht naar de douchekop toe of van de douchekop weg? Dat wist je niet. Daar had je nog nooit over nagedacht. Deed niet iedereen dat op dezelfde manier? Ik vroeg hoe houd jij van iemand? Met je gezicht naar die persoon toe of van de persoon weg? Het laatste vind ik makkelijker antwoordde jij.

Als ik ’s nachts in pyjama op blote voeten door het grote huis liep, kon je mijn geheimen bijna zien.

En iedereen praat over dat meisje vooraan in haar mooie jurk en ik denk wat als het nu eens over die andere gaat? Ze danst voorzichtig achteraan, niemand ziet dat, maar ik wel. God wat is ze mooi.