oliebollen

Ze woonde bij ons in huis maar we wisten niet veel over haar. Ze was een bizar meisje. Wij zaten met de jongens op woensdagavond altijd samen in de keuken te praten, zij kwam meestal pas lang na middernacht thuis en kwam dan bij ons zitten. Eén van de eerste weken kwam ze thuis met maar één schoen aan. We vroegen wat er gebeurd was en dan haalde ze haar schouders op. Na wat doorvragen kwam ze met zo’n vaag verhaal aanzetten. Ze had een steentje in haar schoen, die uitgedaan, het steentje eruit geschud en toen ze haar voet weer in haar schoen wilde steken, was haar schoen verdwenen. We geloofden er niets van en vroegen of ze teveel gedronken had en een deel vergeten was, maar ze was compleet nuchter. Ze zag niet in wat het probleem was met haar verhaal, vond het zelf vanzelfsprekend. En waarom zou ze liegen? Of ze het dan niet bizar vond, dat haar schoen zomaar verdwenen was? Er verdwijnen wel vaker dingen, zei ze dan peinzend en daarmee was het onderwerp afgesloten. De dag nadien droeg ze een ander paar versleten schoenen, die had ze ergens gevonden, zei ze vrolijk. Ze zat vaak bij het groepje van zwervers die zich ’s avonds rond de fontein verzamelden. Ze viel van uitzicht helemaal uit de toom, droeg meestal zwierige jurkjes, zag er steeds heel verzorgd uit en had een echt engelengezichtje. Maar ze werd er geduld en dronk moedig mee Cara Pilsjes. Er deden ook vaak joints de ronde, maar daar zei ze steeds nee tegen. Niet dat ze daar uit principe tegen was, dat was het probleem niet. Het paste gewoon niet bij haar, het stond haar niet. Terwijl ze het zei, keek ze ons aan alsof wij dat natuurlijk allemaal ook meteen gezien hadden. En wij maar knikken, het staat je niet.

Ze nam ons soms mee maar wij vonden er maar niets aan. Zij wurmde zich dan tussen twee kerels en zat heel stilletjes te luisteren naar de zachte gesprekken die gevoerd werden. Soms zat ze ook de hele avond geanimeerd met iemand te praten, meestal een jongen. Daar hield ze van, je zag haar helemaal opleven in zo’n gesprek. Wij zaten er meestal maar een beetje bij, iedereen keek maar wat naar ons en wij wisten niet goed hoe ons te gedragen.

Ze kwam ook een keer helemaal nat thuis. Het was iets met de fontein, maar wat er precies gebeurd was, daar deed ze weer heel vaag over. We waren dat ondertussen al gewoon. Ze droeg een witte zomerjurk met bloemetjes en die was nu een beetje doorzichtig geworden. Haar oranje onderbroek tekende zich af tegen de dunne stof. Wij staarden allemaal een beetje naar haar die avond. Ze zag er zo onbeholpen, onschuldig en lief uit en tegelijk heel aantrekkelijk met haar ronde billen waar haar jurk zo tegenaan plakte. Slierten haar plakten in haar gezicht, ze leek een beetje een verwilderd hert. Zo zei ik het achteraf tegen de andere jongens, zij vonden dat melig. Dan gingen ze me stompen en riepen ze dat ze er gewoon ongelofelijk sexy uitzag en dat ik dat niet weer zo moest verbloemen. We gingen haar vanaf die avond anders bekijken, dat was zeker. Na een week bekenden wij, de jongens, alledrie verliefd op haar geworden te zijn. De andere twee waren niet echt verliefd vond ik. Alleen ik was echt verliefd, zo besliste ik.

Elke ochtend deed ze bloos op, zo noemde ze dat. Zodat ze de hele dag onweerstaanbaar kon blozen. Soms rookte ze een sigaret omdat ze vond dat de lucht daarna zoveel frisser leek. Ze hield ongelofelijk van kermissen en schuimde het hele land af zodat ze bijna elk weekend ergens, zelfs in de kleinste boerengaten, kon genieten van haar kermis. Ze deed dit steeds in haar eentje. Heel af en toe sleurde ze één van ons mee, maar ik denk dat ze het sowieso liever alleen deed, omdat wij hier toch zelden enthousiast voor te krijgen waren. ‘s Avonds kwam ze dan opgewonden en uiteraard blozend thuis en kon ze niet ophouden met praten. Ik had een hekel aan kermis, maar op zo’n moment hing ik aan haar lippen. Ik moest ook een keertje met haar mee. Als ze besliste dat je mee ‘mocht’ had je weinig keus, je was uitverkoren en zou je heilige taak zonder morren vervullen, zo hoorde dat. Ze wilde alle cliché dingen doen die er te vinden zijn op een kermis. Van botsauto’s rijden tot oliebollen eten. Terwijl ze het poeder van een grote oliebol in mijn gezicht blies, staarde ik naar de mensen. Ik durfde nooit te lang naar haar kijken omdat ik haar dan zou gaan kussen, dat wist ik zeker. Ze kuste me wel eens op de mond, maar dat deed ze ook met de andere jongens. We waren alledrie overtuigd dat ze ook een oogje op ons had, die indruk gaf ze ons gewoon alledrie. Die indruk gaf ze elke jongen. Studeren leek ze nooit te doen, ze was niet vaak thuis en leek overal maar wat rond te fladderen. Ze kwam nooit met een jongen naar huis, maar moet wel vriendjes gehad hebben in die twee jaren dat ze bij ons woonde. Het was vaak al ochtend als ze thuis kwam, dan liep ik haar bijna omver in de deuropening omdat ik dan, te laat zoals gewoonlijk, naar de les stormde. Ze had dan vaak zo’n schittering in haar ogen en mompelde dan iets over een fijne nacht. Groen van jaloezie zat ik even later druk te noteren in de aula.

Op een woensdagnacht zat ik alleen in de keuken. De andere twee jongens waren niet thuis die avond en ik zat in mijn eentje op haar thuiskomst te wachten. Het werd laat en ik viel in slaap aan de keukentafel. Ik werd enkele uren later wakker van een hand in mijn nek. Ze zat naast me en staarde me met glazige ogen aan. Ze had te veel gedronken. Ik grapte of dat door de Cara Pilsjes kwam, maar zij schudde heel serieus haar hoofd. Ze werd altijd heel rustig en ernstig van alcohol. Ze bleef maar naar me turen en probeerde oogcontact te maken. Je kijkt me nooit echt aan, zei ze. Dat is jammer. Toen keek ik haar wel aan en we kusten, lang en intens. Ik maakte me geen illusies maar het was heerlijk. Ze kwam tegen me aanleunen en legde mijn hand op haar borst. Je moet me helemaal openvouwen, zei ze. Maar wel voorzichtig. We vreeën die nacht en ik zag in glimpen het verwilderd hert terug. ’s Morgens was ze natuurlijk verdwenen maar er lag een briefje. Ik moet naar de kermis. Ik zal een grote beer voor je schieten. ’s Avonds had ze een grote, roze beer voor me mee en ze plantte een zachte kus op mijn mond toen ze hem mij overhandigde. Ik vond de beer vreselijk maar gaf hem toch een plaatsje in mijn kamer. Ze gaf ons vaak geschenkjes en kwam nadien steeds controleren of we ze wel gebruikten en niet weggooiden. Alsof ze wist dat het eigenlijk waardeloze troep was. Ze hield van waardeloze troep, haar kamer stond er vol mee.

Tussen ons bleef het na die nacht als vanouds. Ik had niets anders verwacht dus was niet teleurgesteld. Ik vond het wel steeds moeilijker haar met andere jongens te zien, en op het eind zelfs gewoon met haar in een kamer te zijn en te weten dat ze van iedereen en van niemand was. Op het einde van het jaar besliste ik te verhuizen, ik hoopte dat ik dan wat tot rust kon komen en haar uit mijn hoofd zetten. Toen ik vertrok, huilde ze een beetje. Ze gebood me ik moest langskomen en zei dat ik haar nooit mocht vergeten. Alsof iemand haar ooit kon vergeten. Ze leek een beetje verloren, maar dat beeldde ik me vast in. Ze had een envelop gemaakt en gaf die met me mee. Er zaten gedichten in die ze uit verschillende boekjes had gescheurd. Gewone, platte, melige rijmpjes over de liefde, daar hield ze van. Ze had er iets bijgekrabbeld, in haar kinderlijk handschrift. Die nacht met jou was echt fijn, een beetje zoals een dagje kermis. Zorg volgende keer maar voor oliebollen achteraf.

12 Reacties

  1. maxplanck zei,

    mei 21, 2009 bij 11:10 am

    Mag dit beter zijn dan Warre?

  2. Peter zei,

    mei 21, 2009 bij 11:31 am

    Wat een ongrijpbaar meisje.

  3. jss zei,

    mei 22, 2009 bij 4:57 pm

    Vaak zijn zulke meisjes mooier dan degenen die wel blijven…

  4. °nien° zei,

    mei 22, 2009 bij 8:32 pm

    Je schreef:

    Uit de toom vallen
    Ongelofelijk 2 maal
    Ze bleef me maar naar me turen
    En controleren zonder d

    Dat om het geheel enkel maar nog mooier te maken natuurlijk.
    En dat meisje is koel. Ik voel er wel iets voor.

  5. °°nien°° zei,

    mei 23, 2009 bij 12:34 am

    oei, na een beetje langer stilstaan, en dat had ik kunnen weten natuurlijk, zijn de meeste dingen wel in orde zoals het er staat.

    je mag mijn posts ook verwijderen, ze hebben hier geen meerwaarde.

  6. mei 24, 2009 bij 12:52 am

    Helemaal openvouwen…dat vind ik mooi!

  7. Tower U zei,

    mei 24, 2009 bij 11:58 pm

    “wij vonden er maar niets aan” komt me voor als een contaminatie van “wij vonder er niets aan” en “wij vonden het maar niets”. (Toegegeven, op zich kan het “het lukte ons maar niet om er iets aan te vinden” betekenen) En je gebruikt sowieso erg veel maar-constructies.

    Ik ben wel opnieuw onder de indruk van je vermogen om met een paar spreekwoordelijke penseelstreken zo veel emotie uit te tekenen. En ik vind het een prachtig verhaal, inderdaad nog een trapje boven Warre. (En dat is echt niet gezegd om de kritiek zachter te laten vallen.)

  8. °°nien°° zei,

    mei 26, 2009 bij 12:10 am

    “ze gebood me ik moest langskomen.”

    En dan hou ik écht ongelofelijk hard mijn bakkes.

  9. Marie zei,

    mei 26, 2009 bij 12:50 am

    Knap stukje tekst. Niet gelet op taalfouten, dat zegt veel :-)

  10. pajaroo zei,

    mei 26, 2009 bij 8:37 pm

    je kan echt verhalen vertellen…

  11. tim zei,

    juni 3, 2009 bij 9:51 pm

    een geniale ingeving om hier nog eens langs te komen. Man, wat heb ik deze blog gemist…

  12. Goudlokje zei,

    juni 9, 2009 bij 6:50 pm

    Oh Soet, jij schrijft zo mooi!


Plaats een reactie