Nu jij geweest bent. Ze zeggen dat zo in films en gedichten: dat zoenen troosten. Je zoenen doen dat. En nu je allang weer wegbent drukken ze nog wat na, zacht. Nu ik alleen ben met je zoenen fluisteren ze. Ze weten precies waar en waarom en zo zacht. Je vingers kalmeren nu wanneer ze glijden, zacht knijpen en eeuwig blijven nastrelen. Je buik ligt nog ergens op mijn bed net binnen handbereik en gaat traag op en neer. Je navel stopte met zingen maar bromt nog wat na en pluist voorzichtig zoals bloesems in de lente. Voorzichtig mag je ook alweer terugkomen eigenlijk, zoals de bloesems in de lente.