vrolijk dichten

Elke dag vertel je ‘t haar,
als het moet over de telefoon.

Dat houd je vol, al twintig jaar:
Liefste, ge zijt zo schoon

Als ze de prei in stukjes snijdt
of zit te lezen in het bad

als je op zondag met haar vrijt
Ge zijt zo schoon, mijn schat

Nu kijk je naar haar mager lijf
en haar lege, dode ogen

Je staat recht, buigt een beetje stijf
en zegt: ‘k Heb al die tijd gelogen.

Gij waart nu echt een lelijk wijf.

ik vin je zoo lief

Ik heb het afgelopen jaar vaak tevergeefs geprobeerd. Te schrijven wat je allemaal was. Wat je betekende voor me. Het was zoveel, het is nog steeds zoveel. Ik koester de leegte. Jouw leegte. Ik wil die nooit vullen. Het is jouw plaats en jouw leegte. Jouw niet-zijn zorgt net dat je er wel bent en zal blijven. Altijd.

Ik vond dit gedicht en het past zo mooi.
Ik mis je heel erg.

Zie je ik hou van je

Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht –
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Herman Gorter

waai !

Kom heel rustig binnen:

Wees vriendelijk en beleefd, veeg uw schoenen zorgvuldig af, geef me een zachte, aarzelende handdruk en kus me voorzichtig op mn wang, net iets te dicht bij mijn mondhoek, laat uw lippen ook net iets te lang mijn wang strelen, vraag of u even gebruik mag maken van mijn toilet, was uw handen achteraf zodat ze zacht zijn en lekker ruiken, leg mijn tijdschriften recht nadat u er even door bladerde, bekijk mijn schilderijen en houd uw hoofd af en toe schuin terwijl u dat doet, loop naar mijn boekenkast en prijs me om mijn smaak, proef mijn cake en lik uw vingers af, smak daarbij, maak een huppelpasje met mijn vliegenmepper in uw handen.

Haal daarna alles,
maar dan ook alles overhoop.

Alstublieft.

knutselen

Ze maken vlechtjes in haar haren want ze is nog een kind. Daarna geven ze kneepjes in haar wang en mag ze buiten gaan spelen, mama moet praten met de buurvrouw. Ze schommelt veel want de zon schijnt vandaag en dan is de schommel tenminste niet nat. Ze probeert niet te kijken naar wat zich binnen afspeelt maar ziet toch hoe mama voorovergebogen zit terwijl de buurvrouw haar wat onhandig probeert te omhelzen. Straks krijgt mama weer rode vlekken in haar hals en gezicht.

’s Avonds zit ze aan tafel en met haar nieuwe kartelschaar knipt ze alle zwarte gaten uit haar dag. Mama aait over haar hoofd en zegt dat het zo fijn is dat ze zich zo goed alleen kan bezighouden. In bed vouwt ze haar dag helemaal open en ziet alleen maar mooie dingen, zoals de schommel en de zon, de rest is weggeknipt. Ze heeft geleerd dat ze dan de mooiste dromen heeft.

En papa slaapt weer in de zetel vannacht.

een mooie jongen

Praat de hele nacht tegen hem zodat hij niet merkt dat het ochtend wordt
Maak hem gek en zeg dat het niet opzettelijk was
Schaam je op de juiste manier
Gooi niet met je woorden maar reik ze hem voorzichtig aan hij zal ze aannemen even voorzichtig en uitpakken + hij zal zeggen dat het niet erg is en je zal hem niet geloven

Oh en nadien!
Nadien zitten jullie in de trein
Je leunt op zijn borst, valt in slaap en je schokt
Met enige regelmaat mee met de treincadans

Hij bedenkt dat dit ook goed had kunnen gaan en glimlacht naar zijn eigen reflectie in het raam. Gelukkig is hij een mooie jongen

zonder suiker

Een jongetje en een meisje zitten in het gras op het laken van mama. Ze spelen van getrouwd zijn en hij schenkt thee voor haar in uit een plastieken theekannetje. Ze steekt haar pink in de lucht en schrikt overtuigend als ze van de te hete luchtthee nipt. Als de buurmeisjes komen kijken geven ze elkaar zoentjes en hij noemt haar schat.

Als ze groot is, zit ze met een jongen in de zetel. Het is de jongen van wie ze voorspeld heeft dat hij haar hart zou breken. Hij haalt de mooiste theepot die ze ooit gezien heeft uit zijn kast. Ze houdt de theepot voorzichtig vast en volgt met haar vinger de bloemetjes die op de stenen wand geschilderd zijn. Ze giechelt opgewonden omdat het zo mooi is. De theepot glijdt uit haar handen, het gaat vanzelf. De jongen breekt haar hart niet maar zij breekt zijn theepot. Ze luistert en geniet. Het is een mooi geluid. Mooier dan glazen, borden en zelfs mooier dan de thermoskan die ze vorige week van de trap liet vallen. Terwijl ze tussen de scherven kruipen, lacht ze naar hem. Opa gaat het allemaal weer lijmen zegt ze. Dat doet hij ook steeds met mama’s bloempotten en haar mooiste borden. Scherven brengen geluk zegt ze ook nog en ze weet dat hij haar droomjongen is. Ze moet het hem nog vertellen, hopelijk vindt hij het niet erg. Ze vraagt zich af of het moeilijk is, haar droomjongen zijn.

het harde leven

Ze maant me aan om stil te zijn terwijl ze heel geconcentreerd de spin op het behang bestudeert. Elke andere vrouw zou gillend weglopen – het is een grote spin – maar zij vindt hem prachtig. Ze gilt ook, maar dan van opwinding. ‘Kijk Willem! Kijk hoe hij zijn poten beweegt en hoe elegant hij over de muur kruipt!’ Ik kijk vanuit mijn zetel, ik zie een dikke harige zwarte bol en huiver een beetje. Ze ziet er mooi uit, ik wou dat ze bij mij kwam zitten. Even later kruipt ze door de kamer. Ze doet de spin na. ‘Vind je me elegant Willem?’ Ik zie haar zitten met haar kont in de lucht, een bol haar waar haar hoofd zou moeten zitten en ik zie nog net haar neus platgedrukt tegen de vloer. Elegant is niet meteen het eerste woord dat in me opkomt. ‘Vind je me elegant??’ Ze gaat wat harder schreeuwen en hijgt van de inspanning. Woorden als ‘ridicuul’, ‘idioot’, en op het laatst ‘schattig’ schieten door mijn hoofd. ‘OF JE ME ELEGANT VINDT?’ Ik zie dat ze zo gaat omvallen. Ik hou van haar agressie. Ik denk nog eens aan de drie woorden en kies toch voor het laatste, ik weet niet hoe vrolijk ze zou worden van de eerste twee. Ik zeg geeuwend ‘Ik vind je schattig Spinnetje, kom je nu bij mij in de zetel?’ Ze springt wild rechtop en haar haren vliegen alle kanten op. Ze recht haar rug en kijkt me met ogen vol vuur aan. ‘Als je me niet elegant vindt, bekijk je het maar voor vanavond.’ Kordaat loopt ze naar de deur en gooit die met een harde klap achter zich dicht.

Dat laatste, dát was elegant, denk ik terwijl ik haar langs de achterdeur zie wegrennen.

Kijk!

De onweerstaanbare – Met Andere Zinnen

mazelf

Een tijdje terug plaatste ik op mijn blog het verhaal over Warre en toen werd aangeraden er een wat langer verhaal van te maken. Dat heb ik gedaan en dat verhaal ‘De onweerstaanbare” is nu verschenen in het 11de nummer van het literair tijdschrift Met Andere Zinnen. In hetzelfde nummer ook werk van Dennis Gaens, Maarten Inghels, Jona Soete, Tibo Halsberghe, Barbara van Ransbeeck, Yannick Dekeukelaere, Marleen van der Velden en Nicole Teunissen.

Voor wie het alsnog wil lezen:

De laatste maanden vond ik vaak briefjes die hij schreef aan zichzelf.

Onweerstaanbare Warre, dit is een briefje om je eigen bestwil. Staar toch niet zo door het raam de hele dag. Je lijkt wel een oude man die geen vrienden meer heeft en wiens dag te lang duurt en enkel gevuld kan worden met dat soort zieligheden. Straks denken ze nog dat je eenzaam bent. Doe eens iets nuttigs. Ga bijvoorbeeld wat fietsen. En neen, met de uitvlucht dat je benen niet meer goed mee kunnen hoef je niet te komen aandraven. Weet je dan niet meer dat je vroeger elke dag ging joggen? Het lijkt alsof het gisteren was. Waarom zou je het nu niet meer kunnen? Je laat jezelf veel te snel oud worden, geef er toch niet aan toe, lamzak. Onvriendelijke groeten.

Dat soort zaken. Ook schreef hij aan onbestaande meisjes.

Lief meisje, bedankt voor je lach. Deze oude man wordt niet meer zo snel vrolijk als zo’n jong, mooi kind als jij, maar ik zit hier toch af en toe te grinniken als ik jou zie schaterlachen. Ja, zo gaat dat als je ouder wordt, dan lach je niet meer zo uitbundig maar grinnik je hoogstens eens. Om jou met al je levenslust. Ik ben de mijne onderweg kwijtgeraakt en vond hem nergens terug. Niet dat ik niet gezocht heb.
Ik heb je nodig om me te helpen vergeten. Ik weet het, zoiets heet gebruiken. En ik geef toe, ik ben verder niet echt geïnteresseerd in jou. Ik heb je alleen nodig om ’s nachts je hand op mijn bezwete voorhoofd te leggen. Om me vast te houden als ik niet kan huilen. Ik heb je nodig omdat je, daar ben ik van overtuigd, naar bloemen ruikt. Slaap heerlijk vannacht, bloemenmeisje van me. En als je je eenzaam voelt, kom dan. Ik zal wachten.
Je onweerstaanbare Warre’

Misschien schreef hij ze aan de verpleegster die elke ochtend kwam of aan het buurmeisje dat vaak in de tuin werkte en zulke mooie benen had. Hij hield van mooie benen, dat vertelde hij vaak. Hij hield vooral van meisjes. Hij vond ze allemaal zo mooi. Vriend, waarom zijn ze allemaal zo verschrikkelijk mooi en zo ver weg? Ik wil er eentje in mijn bed. Daarom schrijf ik hen brieven, ik nodig hen bij me uit. Ik heb een warm bed en ben onweerstaanbaar. Enfin, ik ben ooit onweerstaanbaar geweest. Ik heb al zolang geen warme vrouwentepel meer geproefd. Laat me nog eens in slaap vallen op een zachte buik. Verdorie vriend, kan jij niet iets voor me regelen?

Warre en ik waren al vrienden toen we kleine kereltjes waren. Hij was een ontzettend serieus ventje en een wijsneus die steeds allerlei gekke weetjes wist te vertellen. In tegenstelling tot ons, was hij een heel rustige jongen die nooit vocht of door de schoolgangen rende. Voetballen vond hij ook al niet fijn. Toch had hij altijd veel vrienden, de andere jongens luisterden graag naar zijn praatjes. Later had hij ook het meeste succes bij de meisjes en leerde ons alles over hen. Wij luisterden jaloers, want we waren onhandige slungels die niet met meisjes konden praten zonder te hakkelen en rood te worden. Hij leerde ons ook roken en drinken en hij was de enige die er echt tegen kon. Één avond herinner ik me nog haarscherp. We huurden met zijn vieren een huisje in de bergen. We waren lelijke, puistige pubers en hadden sigaren gerookt en werden allemaal misselijk maar geen van ons durfde het toegeven aan Warre. We praatten over borsten en masturbatie. Ineens gingen zijn ogen fonkelen en hij begon te vertellen over krabben. Hij deed het op zo’n manier dat het sinds die nacht voor mij zeer vanzelfsprekend in het rijtje thuishoort: borsten, masturbatie en krabben. Hij keek ons heel ernstig aan en legde uit hoe het zat met de verschillende soorten krabben en hun eigenaardigheden. Daarna kuchte hij even en zei dat zijn zus al borsten kreeg. Toen ik later biologie ging studeren, herinnerde ik me wat hij toen vertelde. Alles klopte.

Ik heb hem maar één keer zien huilen, om haar. Hij had al veel meisjes gehad en nog meer harten gebroken maar blijkbaar was het deze keer zijn beurt. We zaten langs het water en hij vertelde over haar. Ik wil weten waar ze is, wat ze doet en welk boek ze leest. Wie haar vriendinnen zijn en hoe ze aan dat litteken komt. Ik wil weten of ze er van houdt als ik mijn hand in haar nek leg. En of ze hem kust vanavond. Het doet pijn in mijn buik als ik besef dat ze bij hem is en dat hij haar vasthoudt als ze bang is. Ik kan nu al niet meer zonder haar leven. Ze was de vriendin van zijn baas. Vanaf die dag was hij van haar en was zijn enige doel dat zij van hem zou zijn. Hij won haar en verloor zijn job. Ze vond hem onweerstaanbaar. En ze hield ervan als hij zijn hand in haar nek legde.

Twee jaar later stond hij voor mijn deur, hij huilde de hele nacht en rilde van de koorts. Ik legde hem in mijn bed, stopte hem onder mijn drie warmste dekens en luisterde naar zijn geijl. ’s Ochtends haalde hij een pistool boven: hij wilde zichzelf voor de kop schieten. Ik sloeg hem bewusteloos om dat te voorkomen. Nadien verkocht hij me een vuistslag, zei dat ik hem geen tweede keer zou tegenhouden en vertrok. Dat was de enige en laatste keer dat ik hem zag huilen.

Hij sprak nooit meer over haar. Hij verwijderde alle sporen uit zijn huis en ik mocht haar naam nooit meer noemen. Hij had weer het ene meisje na het andere maar raakte ze allemaal snel beu. Eén keer ging het nog over haar. We waren op restaurant geweest en hadden oude herinneringen opgehaald. We lachten om die nacht toen we naakt gingen zwemmen en de rand van de kade te hoog bleek om er weer uit te klimmen. Hoe we meer dan een uur probeerden en ondertussen blauw zagen van de kou. Uiteindelijk heeft een toevallige voorbijganger er ons één voor één uitgevist. Die nacht was het erg gênant maar later was dit hét verhaal dat op elk feestje verteld werd. Vrolijk gestemd gingen we van tafel. Bij de vestiaire bleek Warres jas verdwenen. Toen die na twintig minuten zoeken nog niet gevonden was, werd hij bijna hysterisch. Hij greep de jongen van de vestiaire vast en siste dat hij die jas binnen de 24 uur terugwilde of dat hij persoonlijk met hem zou komen afrekenen. Warre was sterk en de jongen deed het bijna in zijn broek. Toen we naar huis wandelden vertelde hij waarom hij zo’n scène gemaakt had. Haar foto. De dag nadien belde het restaurant dat een andere klant per vergissing zijn jas had meegenomen en die nu had teruggebracht. De foto was er nog.

Hij huilde niet toen zijn dochtertje stierf. Wel moordde hij alle katten uit de buurt uit. Het zijn deze katten of het is die bezopen automobilist. Hij raakte sinds die dag nooit meer een druppel alcohol aan, nochtans was de drank tot dan vaak zijn beste vriend geweest. De enige die hem begreep, lalde hij me beschuldigend toe op zulke momenten. Het was in die periode dat hij zijn meeste vrienden verloor. Hij begon zich vreemd te gedragen en van de aangename, interessante, knappe Warre waar man en vrouw voor vielen, schoot nog weinig over. Steeds vaker ging hij vrienden uitschelden en beledigen op café. Hij verweet hen een zielig groepje jaknikkers te zijn en dat waren ze eigenlijk ook. Ook ging hij ’s nachts ronddwalen in de stad en hield dan lange gesprekken met zwervers, die hij nadien helemaal uitschreef en boven zijn bed hing. Het zijn de enige die nog iets zinnigs te zeggen hebben. Op het einde kon hij enkel nog mijn gezelschap en dat van mooie meisjes verdragen. Ondanks de verwijten die ook ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd kreeg, bleef ik teruggaan. Toen zijn vrouw hem verliet ‘omdat ze niet langer met een gek wilde samenleven’, scheurde hij alle foto’s waar zij op stond en plakte elk stukje aan de muren van de huiskamer. Ze hebben er zeven jaren gehangen tot hij zijn huis uitgezet werd.

Ik moest elke dag bij hem langsgaan. Hij was erg warrig en werd steeds onrustiger. Soms belde hij mij drie keer per dag. Dan vond hij iets niet of kon niet op een heel belangrijk woord komen. Of hij vroeg zich af hoe laat zijn dochtertje uit school kwam en waar zijn vrouw weer zolang uithing. Hij maakte lijsten met de namen van alle mensen die hij gekend had en vatte in één zin samen wie ze geweest waren. Er zat zelden iets positiefs bij. En hij schreef veel briefjes.

Ik vond hem in het kleine kamertje waar hij de laatste jaren gewoond had. Hij had uiteindelijk geen pistool maar pillen gebruikt. Aan zijn wang plakte haar foto. Hij droeg zijn enige nette pak dat hij gedragen had op de begrafenis van zijn dochtertje. Een laatste briefje lag op tafel.

Vriend, een pistool was spectaculairder geweest maar dat is me afgenomen na het gedoe met de katten. Trouwens, vertelde ik je al dat de allergrootste krab, de Japanse reuzenkrab, 4 meter groot is? Zoek jezelf nog maar een vrouwtje voor de laatste jaren. Ik weet dat dit met mij een beetje moeilijk was aangezien ik nogal wat tijd van je in beslag nam, maar nu kan het. Als ik een vrouw was, ik zou het wel weten. Je bent een bovenste beste kerel, ik hoop dat ik je leven niet al te veel verpest heb.
Bedankt.

Ik proef haar tepels bijna.

Je onweerstaanbare Warre

dit gaat nergens over

’s Avonds ging hij op zijn knieën aan zijn bed zitten, zoals hij dat geleerd had toen hij klein was en hij bad: ‘Lieve Heer, weet U het misschien nog? Die keer toen ze eindelijk naar me toe kwam en mijn gezicht vasthield. Dat ze met haar duim mijn gezicht streelde. Dat we wandelden in het zwarte gat dat nacht heet en dat het leek alsof we de eeuwigheid binnenwandelden. Maar dan zonder al dat licht en met onze ogen stijf dichtgeknepen. Dat ik daarna nooit meer zo van iemand gehouden heb. Weet U het nog? Of ben ik echt de enige?
Mag dat als het U belieft nog één keer?’

En de dame met de snoepjes in haar handtas zucht diep en vraagt zich af wanneer ze eigenlijk de dame met de snoepjes in haar handtas geworden is.

Er is nog steeds zoveel te vertellen. Vooral als de avond valt (net zoals er ’s ochtends niets te zeggen is). Dus hij vertelt als het schemert. Hij vertelt haar alles waarvan hij weet dat ze zou hebben gelachen, gegild, gehuild, gezucht, gemopperd, gezoend, … dus dat is veel. Hij is altijd een goeie verteller geweest. Daarbij drinkt hij cognac wat van haar nooit mocht.

Het is wél mooi als alles samenvalt.

Ze staat op de dertiende verdieping van een blauw glazen gebouw en drukt haar voorhoofd tegen het raam. Ze vraagt zich af of en hoe ze hier ooit weggeraakt. Ze onderdrukt de neiging om met haar hoofd het hele raam aan diggelen te slaan. Dat zou gaan bloeden en ze kan niet zo goed tegen bloed. En dan zouden er vlekken op haar mantelpak komen en dat is het nu ook weer niet waard. Achter haar piept de lift. Ze haast zich naar binnen en haalt een koffie in de cafetaria, dat helpt ook.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »